Hoe socialiseer je een puppy met andere honden? (En de valkuilen op straat)

We horen het overal: een puppy moet gesocialiseerd worden. Maar wat houdt dat nu eigenlijk precies in en waar moet je beginnen? Veel mensen denken dat een pup zo snel mogelijk met alles en iedereen in contact moet komen, maar de realiteit is subtieler. Goede socialisatie gaat niet over méér indrukken, maar over de juiste aanpak. In deze blog duiken we in de verschillende fases en kijken we hoe je jouw jonge hond op een gezonde, rustige manier leert omgaan met de wereld om hem heen.
START REEDS BIJ DE FOKKER
We kunnen het niet genoeg herhalen, veel van de socialisatie en habituatie start al bij de fokker! Daarom is het dus van groot belang om een goede fokker te kiezen die bewust fokt, goed kijkt naar de vader-moeder combinatie en zorgt dat de moederhond tijdens de dracht zo weinig mogelijk stress ondervindt. Helemaal geen stress is onmogelijk, want stress kan ook positief zijn, maar het beperken van negatieve stress is cruciaal.
WIST JE DIT AL?
Wist je trouwens dat er bij honden niet echt sprake is van de gewone inprenting zoals je die bij eenden hebt, maar wél met geurinprenting?
Tijdens de neonatale fase (0 tot 2 weken) zijn de pups nog doof en blind, maar hun reukvermogen werkt al perfect. Dit is de allereerste periode van geurherkenning en inprenting, waarbij ze vooral de geur van de moederhond leren kennen.
Daarom is het van belang dat de fokker de pups al tijdens deze neonatale fase in contact laat brengen met mensen. Doen ze dat niet, dan heb je dat stukje van de “socialisatie” al gemist. Denk er echter aan, het is vaak voor de moederhond niet fijn als er te veel bezoek komt in de eerste twee weken na de bevalling. Dus er dient een goede balans te worden gemaakt tussen menselijk contact (vaak het gezin van de fokker zelf) en de moeder zo stressloos mogelijk met de pups bezig laten zijn.
VERSCHILLENDE SOCIALISATIEFASES
Zonder té veel in details te gaan kan je stellen dat er diverse socialisatiefases zijn. Elk stadium vraagt om een andere benadering.
1. De eerste socialisatiefase (3 tot 12 à 15 weken)
In de periode van 3 tot 12 weken leren pups razendsnel. Alles wat ze nu op een positieve manier ruiken en ervaren (zoals huiselijke geuren, andere dieren en omgevingsgeluiden), beschouwen ze later als normaal.
- Tussen 3 en 5 weken: Tijdens de eerste paar weken van deze socialisatiefase zoeken de pups uit zichzelf sociale contacten. Ze zijn vaak onbevangen en nieuwsgierig. Als ze toch een keertje zouden schrikken, dan is die reactie kort en het herstel na de schrik snel. De pups zijn ondernemend en treden alles open tegemoet. De bijtrem wordt dan vaak aangeleerd door de moederhond of nestgenoten.
- Tussen 5 en 8 weken: De pup wordt onafhankelijker en hij is klaar voor nieuwe avonturen en indrukken. Maar tegen het einde van die 8 weken kan je merken dat de pup toch iets voorzichtiger wordt.
- Tussen 8 weken and 12 tot 15 weken: De pup wordt duidelijk gevoeliger voor indrukken. Dit komt door een goed ontwikkeld zenuwstelsel dat alle prikkels nu beter opneemt dan toen het nog niet helemaal ontwikkeld was.
2. De tweede socialisatiefase (12 à 15 weken tot 6 à 7 maanden)
Vanaf 12 à 15 weken tot 6 à 7 maanden is er sprake van een tweede socialisatiefase. Deze fase wordt ook wel eens de “angstfase” genoemd. Alles dat je pup al kende lijkt plots terug eng te zijn. Dit geldt zowel voor de sociale interacties als voor prikkels die je getracht hebt te habitueren.
SOCIALISEREN, HOE?
Laat ons even stilstaan bij socialiseren en wat dit wilt zeggen. Want wil het socialiseren van je pup zeggen dat hij zomaar naar alles en iedereen toe mag gaan?
Nee, natuurlijk niet.
Je hond moet wel leren dat andere mensen en honden oké zijn en misschien soms zelfs leuk om mee te spelen, maar hij moet ook leren dat hij sommige mensen en/of honden ook kan negeren als hij die tegenkomt op straat.
Heel vaak maken we in het begin de fout van onze hond naar andere personen en/of honden toe te laten gaan, terwijl hij trekt en sleurt aan de lijn. Ook al voelt dat voor ons op dat moment vaak nog niet zo omdat ze nog zo klein zijn, we doen het keer op keer, want “hij moet toch socialiseren!” De kans bestaat dat je dan inderdaad een sociale pup krijgt (of net niet als je een mens of hond tegenkomt die gromt, snauwt of zelfs andere dingen gaat doen), maar bedenk je ook wat je hiermee creëert. Je hond leert dat hij dit misschien wel bij ALLE mensen en honden mag gaan doen en niet enkel als jij daar zin in hebt. En dat hij dit dus mag doen door erg aan de lijn te gaan trekken en sleuren.
Beter is dus om te starten met habitueren (= laten wennen aan al die menselijke/dierlijke prikkels zonder in interactie te gaan) en op tijd en stond, nadat hij de prikkels genegeerd heeft of contact met jou gemaakt heeft, hem te laten kennis maken met die persoon/hond. Dit geeft jou bovendien de kans om met die persoon in gesprek te gaan om te kijken of de leerervaring positief zal zijn voor je pup.
IN DE PRAKTIJK: SOCIALISEREN MET ANDERE HONDEN
Laat ons eerst eens even gaan kijken naar het socialiseren met andere honden. Want hoe doe je dat nu eigenlijk?
Een toch wel vaak-voorkomende fout bij (nieuwe) puppy-eigenaren is dat ze de hond vanaf jonge leeftijd al trekkend naar andere honden laten gaan als die daar zin in heeft. Want hij moet toch met andere honden overweg kunnen! Ja, dat laatste klopt misschien, maar ga ook eens kijken naar welk signaal je aan je hond geeft op die manier. Want wat gebeurt er eigenlijk? De pup ziet een andere hond, gaat daar (mogelijk) op fixeren en begint er naartoe te trekken. Het baasje met de beste bedoelingen denkt: “oh ja, laten we even gaan kennismaken.” Zonder overleg gaat de pup al trekkend naar de andere hond toe om daar te snuffelen en contact te leggen. Allemaal aan de (gespannen) leiband natuurlijk.
En vanaf dat punt kunnen er verschillende dingen gebeuren. Het kan goed gaan en je hond heeft er een positieve associatie (wat contact met andere honden maken betreft) bij. Of… het gaat mis en je hond is toch wel wat onder de indruk. Of erger…
Wat als het toch een keer misgaat?
Is er onverhoopt toch een keer een negatieve ervaring of schrikt je pup ergens heftig van? Word dan niet boos op de situatie en ga je pup ook niet overdreven betuttelen of troosten alsof er een enorme ramp is gebeurd. Blijf zelf de rustige, stabiele factor. Haal je hond kalm uit de situatie, creëer onmiddellijk afstand en geef hem de ruimte en tijd om steun bij jou te zoeken en te herstellen. Je mag hem dus wel steunen en rustig aaien, maar zonder er een drama van te maken.
Hoe moet het wél?
“Maar ik moet hem toch laten kennis maken met andere honden, anders leert hij dat toch niet?” Jazeker, maar het gaat er om HOE je dat doet. Ik leg je graag even uit waar je op kan letten:
- Voorkom fixeren en train het contact: Bij het zien van een andere hond is het fijn dat jouw hond niet gaat fixeren. Niet enkel voor je eigen hond, maar ook voor de andere. Fixeren kan voor sommige honden heel aanvallend lijken, hoe goedbedoeld het misschien is van jouw hond. Probeer dus de aandacht bij jou te krijgen en te houden. Natuurlijk mag hij af en toe nog wel kijken, maar het is fijner/beter om dit in korte stukjes te doen. Een tel kijken, terug naar baasje kijken (en belonen), een tel kijken naar de prikkel en weer naar de baas. Dat is niet alleen fijn voor die andere hond, jouw jonge pup leert er ook van om andere honden te negeren tot JIJ zegt wanneer hij mag gaan kennismaken (of wanneer niet). Beloon je hond regelmatig voor het contact dat hij met jou maakt. Persoonlijk beloon ik in het begin echt om de paar seconden contact met mij of soms zelfs meer als ik merk dat het lastig is
- Zorg voor een rustige benadering: Wil je naar de andere hond toegaan? Zorg dan dat je dat op een rustige manier doet. Laat de pup dus niet trekken en sleuren aan de leiband om dichterbij te komen. Want nu is hij nog klein en schattig, maar later is hij groter én sterker en dan kan het al een stukje lastiger zijn om hem dan tegen te houden. Blijf staan, wandel eventueel terug, vraag extra aandacht van je hond, maak de afstand terug wat groter,… Het maakt niet uit welke methode je toegepast, als hij voor jou en jullie maar werkt.
- Ga in gesprek met het andere baasje: Ben je bijna bij de andere hond (en zijn baasje)? Laat jouw hond dan bvb even zitten of liggen en ga in gesprek met het andere baasje. Dingen die je kan vragen: hoe gaat jouw hond om met andere honden, hoe reageert hij op puppy’s, zou hij het fijn vinden als mijn pup/hond eens komt snuffelen,… Op die manier win je informatie in en weet je “zeker” dat het voor de andere hond en zijn baasje ook oké zou zijn als je hond gaat snuffelen. Hoewel je nooit zeker bent, want helaas is mijn ervaring dat veel mensen het gedrag van hun hond nog te vaak verkeerd interpreteren of niet goed begrijpen. Daarom mijn volgende punt.
- Observeer het gedrag van de andere hond: Terwijl je die informatie vraagt, doe je er sowieso ook goed aan om de andere hond even te observeren. Merk je bij die hond het fixeren op, spierspanning, andere stresssignalen,…? Dan kan je alsnog zelf de beslissing maken om jouw pup/hond net géén kennis te laten maken. Want ook al zegt het baasje misschien wel dat het oké is, bijna geen enkel baasje kent zijn hond voor de volle 100%. Er kan dus altijd iets gebeuren. Gebruik je tijd dus nuttig en bekijk het gedrag dat de andere hond laat zien in de nabijheid van jouw pup/hond. Het is echt oké om te beslissen om jouw hond uiteindelijk toch geen contact te laten maken met een andere hond.
Socialiseren is geen afvinklijstje. Elke indruk die je puppy opdoet, vult zijn ‘prikkelemmer’. Is de emmer vol? Dan kan je pup niets meer leren en slaat de nieuwsgierigheid om in stress of angst. Doseer de indrukken dus. Eén nieuwe ervaring per dag is vaak al meer dan genoeg. Geef je pup daarnaast voldoende rust en slaap om alle indrukken te verwerken.
En wat als de honden dan wél met elkaar in contact gaan?
Heb je overlegd, de situatie ingeschat en mogen de honden elkaar ontmoeten? Let dan tijdens het daadwerkelijke contact heel goed op de volgende zaken:
- Let op de lichaamstaal van beide honden: Zorg ervoor dat beide honden ontspannen zijn en weinig spierspanning vertonen. Ontspanning herken je aan vloeiende bewegingen, een ontspannen staartdracht en een open, zachte blik.
- Respecteer de ruimte – begrens indien nodig: Wil één van de honden weg? Zorg dan dat de andere hond er niet achteraan gaat. Begrens de opdringerige hond direct zodat de hond die rust zoekt, deze ook daadwerkelijk krijgt.
- Blijf gefocust: Blijf de situatie iedere seconde in de gaten houden en verlies de honden niet uit het oog. Een slechte of overweldigende ervaring is helaas heel snel gebeurd.
- Grijp op tijd in bij ongewenst gedrag: Gaat je pup te veel opspringen, in de oren happen, met de poten op de andere hond staan, continu op zijn rug liggen of op een heel hoog tempo in het gezicht van de andere hond likken? Haal de honden dan onmiddellijk uit elkaar. Dit is géén goed sociaal gedrag, maar vaak een uiting van opgebouwde spanning of onbeleefdheid.
WIL JE NÓG MEER WETEN?
Wil je nog meer weten over wat wél goed sociaal gedrag is bij honden en hoe ze op een leuke, veilige manier samen kunnen spelen? Neem dan geen risico’s met de socialisatie van je pup. Boek een privétraining bij ons of kom gezellig langs op onze hondenschool. We begeleiden jullie met veel plezier naar een stabiele toekomst samen!

Recente reacties