Wat is habituatie? (En waarom het iets heel anders is dan socialisatie)

Een paar dagen geleden hadden we het uitgebreid over de socialisatie van je puppy en hoe je hem op een gezonde manier leert omgaan met andere honden op straat. We zagen toen ook al dat een heel groot en belangrijk deel daarvan al start bij de fokker. Vandaag gaan we een stapje verder, want naast socialisatie is er nog een term die je ontzettend vaak hoort vallen: habituatie.
Hoewel ze vaak in één adem worden genoemd, betekenen ze absoluut niet hetzelfde.
HABITUATIE IS GEEN SOCIALISATIE
Ik heb even getwijfeld of ik eerst habituatie ging behandelen of eerst socialisatie. Want hoe je het ook draait of keert: die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden! Net zoals we in de vorige blog zagen dat een goede fokker hier al vroeg mee begint in het nest, lopen deze processen ook bij jou thuis hand in hand.
Echter gaat socialisatie over het leren omgaan met soortgenoten en over sociale interacties. Dit gaat dus bijvoorbeeld over andere mensen, andere diersoorten, andere honden,… Ze leren daarbij om te gaan met sociale interactie en te kijken wat wel kan en niet kan.
Habituatie is het leren wennen aan een bepaalde situatie of een bepaalde prikkel. De hond leert dat hij op een bepaalde prikkel niet meer hoeft te reageren, want die prikkel is “normaal” geworden. Denk hierbij aan gewenning aan geluid, verkeer, verschillende materialen og ondergronden,…
VOORBEELDEN VAN HABITUATIE
Er zijn heel veel zaken waar je je hond aan kunt laten wennen. Ik geef graag een aantal voorbeelden:
- een drukke marktplaats
- een winkelcentrum
- een terrasje doen
- diverse ondergronden
- een fietskar/bakfiets
- een meer
- een zoobezoek
- allerlei handelingen die jij met je pup doet (denk aan tandjes kijken, pootjes vastnemen,…)
- vuurwerk of donder
- een winkeltas die ritselt
- een vliegengordijn waar de hond doorheen moet lopen
- …
WAAROM GOED HABITUEREN BELANGRIJK IS
Heb je misschien al eens gemerkt dat je hond niet over bepaalde ondergronden wil lopen, of net niet onder een deur met een vliegengordijn of door een tunnel? Of misschien heb je hem wel eens wat vreemd, gek of speels zien reageren op een standbeeld van een hond, persoon of ander vreemd voorwerp.
Wanneer je hond bepaalde dingen niet kent, dan kan dit stress voor hem opleveren. Je hond gaat dan aan de slag met zijn eigen copingmechanisme. De ene hond zal gek gaan doen (fiddle about/fun), the andere zal misschien intens gaan snuffelen, nog een andere gaat afstand nemen en het van een afstandje gade slaan, of er net op afstormen met of zonder blaffen. Ze begrijpen het niet, want ze hebben nog nooit met die prikkel kennisgemaakt. Dit levert dus extra stress en spanning op.
Net zoals we bij de socialisatie beschreven dat de eerste weken in het nest al zo bepalend zijn, geldt dat hier ook. Om die reden is het belangrijk dat de fokker van je pup én jijzelf in de beginfase van het leven van je lieve viervoeter goed met diverse prikkels aan de slag gaan. Dit zonder de hond te veel prikkels te geven, of ervoor te zorgen dat hij niet meer kan herstellen of daar de tijd niet for krijgt. Een goede balans is dus van groot belang!
Herinner je je de tweede socialisatiefase (de angstfase) nog uit de vorige blog? Juist in die periode, vanaf een week of 12 à 15, zie je de waarde van goede habituatie. Een puppy die bij de fokker en in zijn eerste weken bij jou op een rustige manier heeft geleerd dat wapperende winkeltassen of ritselende gordijnen ‘waardeloos’ zijn, zal hier in de angstfase veel sneller van herstellen dan een pup die deze prikkels nog nooit gezien heeft.
Let wel op: habitueren is niet je hond midden in een drukke situatie zetten en wachten tot hij stopt met reageren. Als je je pup dwingt om stil te blijven zitten op een overvolle markt terwijl hij doodsbang is, leert hij niets. Hij raakt hooguit overprikkeld of geeft het op uit pure onmacht. Habituatie werkt alleen als de prikkel op een afstand of lage intensiteit wordt aangeboden waarbij je pup de prikkel wel registreert, maar er niet emotioneel door van slag raakt.
Hoe weet je nu of je hond succesvol gehabitueerd is aan iets? Heel simpel: hij kijkt ernaar en doet er verder helemaal niets mee. Hij vertoont geen stresssignalen, gaat niet fixeren en vertoont geen copingmechanismen. De prikkel is voor hem net zo boeiend geworden als het behang in je woonkamer: het is er wel, maar het is volkomen oninteressant.
HABITUEREN IS NIET (PER SE) TRAINEN!
Vaak wordt er gedacht dat er met bepaalde prikkels echt getraind moet worden. Soms is dat inderdaad het geval; stel je maar even voor dat jouw hond angst heeft voor vuurwerk of onweer. Dan is het aan jou om dat geluid “waardeloos” te maken, zodat de hond dat als “normaal” gaat beschouwen. Dan kun je gaan “trainen”, vaak met behulp van counterconditionering (volgt nog).
Echter geldt voor de meeste gevallen net dat je je hond wilt leren dat bepaalde prikkels normaal zijn en dat ze daar dus geen extra aandacht aan hoeven te besteden, maar gewoon kunnen doorlopen. Het is dus een stukje opvoeden, begrenzen, helpen ontdekken en steun geven, maar vooral de hond begeleiden.
Wil je hier graag meer over weten? Of vraag je je af hoe je dan eigenlijk kunt habitueren zonder je puppy te overprikkelen? Vraag een privétraining aan!

Recente reacties